Broeders van O.-L.-V. Van Barmhartigheid

Aanloop naar Afrikaanse stichting

Lange tijd voor de Tweede wereldoorlog 1940-1945 zocht het Generaal Bestuur een geschikt ogenblik om in Afrika een stichting te beginnen.
 
Begin 1949 kwam de vraag van de Witte Paters bij monde van Mgr. J. Martin bij gelegenheid van de oprichting van het nieuwe bisdom Ngozi in Burundi om in dat bisdom een school te openen voor de vorming van onderwijzers.
 
Het Generaal Bestuur besliste om in Musenyi in Burundi in de bisdom Ngozi  een klooster te openen. Daartoe spanden Br.Assistent Omer Claes en Br. Algemeen Overste Léonard Roeckens zich tenvolle in om broeders te werven voor dit project. Ze zorgden ook voor het nodige materiaal en de financiële middelen.
 

Eerste lichting broeders naar Burundi

De Broeders Walter, Ulric en Gustaaf
De Broeders Walter, Ulric en Gustaaf
Op 3 september 1950 vertrokken de Broeders Ulric In ’t Ven, Gustaaf Vergauwen en Walter Claes onder begeleiding van Br. Assistent Omer Claes in Antwerpen met de Copacabanaboot van de Compagnie Maritime Belge om in Burundi een «École de moniteurs” te beginnen, een school om onderwijzers te vormen.

Lange reis

De reis duurde meer dan een maand :
- Met de boot Van Antwerpen naar Matadi via Ténérif en Boma.
- Per trein van Matadi naar Léopoldstad in Kinshasa, 365 km met
   37 haltes.
- Per DC3-vliegtuig van Léopoldstad naar Stanleystad met 4 tussen-
   landingen in achtereenvolgens Coquilatstad,
    Basankusu, Lisala en Bumba.
- Met de auto van Stanleystad naar Goma via het Albertpark
   verspreid over meerdere dagen.
- Dan weer per boot van Goma naar Bukavu.
- Tenslotte met de vrachtwagen van Bukavu naar Usumbura
   (Bujumbura).
 

Behoeftig begin

Voorlopig logeerden de broeders eerst bij de Broeders van Liefde in Gitega en daarna in de missiepost van de Witte Paters in Musenyi.
Op 25 januari vestigden ze zich definitief in de school.
 
Alles moest nog gebeuren en ondernomen worden :  zorgen voor levensmiddelen, voor vervoer, aanpassing aan het klimaat. En dat allemaal bij een totaal gebrek aan de nodige zaken voor het dagelijks bestaan.
 
Een solidariteitsactie werd opgestart in onze Vlaamse scholen en communiteiten om tegemoet te komen aan de vele vragen om hulp in talrijke brieven van onze missiebroeders.
 

 Groei van de missie

Vlaamse en Burundese broeders
Vlaamse en Barundi broeders
Op 1 februari 1951 werd het schooljaar begonnen met drie voorbereidende klassen.
 
In 1951 en 1952 kwamen de broeders Victor Van Aken, Valentijn Taels, Adelbert Van Essen en Vincent Vanarwegen de communiteit van de eerste drie missiebroeders versterken.
 
Op 1 februari 1952 werd een begin gemaakt met het eerste jaar van “l’École Moyene Pédagogique”. Twee van de drie voorbereidende klassen bleven behouden. Br. Valentijn werd klastitularis en Br. Gustaaf nam de directie op zich van de lagere school.
 
In 1954 kwamen nog twee broeders hun missiebroeders bijstaan :  Hector Meeuwes en Ephrem Dufraing. In de communiteit van Musenyi verbleven acht broeders :  Ulric, Adelbert, Gustaaf, Hector, Ephrem, Vincent, Edmond of Victor en Valentijn. Broeder Walter Claes was er niet meer bij omdat die begin 1952 terugkeerde naar België. 
 
Op 7 augustus 1956 vierden de broeders Ulric, Gustaaf en Hector hun 25-jarig kloosterjubileum in Musenyi.
 

Barundi broeders

In 1957 ontvingen de eerste Burundese postulanten (Joachim, Alfons en Jean) het kloosterhabijt van de Congregatie. Op dat moment waren er twee monitorscholen in Burundi, een in Gitega en een in Musenyi.

 

In 1958 werd het noviciaat van Burundi naar Kapellen in België overgebracht. Drie novicen en vier postulanten vertrokken naar België. De postulanten Désiré Bonimpa, Jean Bosco Ngendabanyikwa, Célestin Muke et Albert B.igirankana kregen het kloosterhabijt. De Burundese broeders Alphonse, François en Paul spraken hun tijdelijke geloften uit.