Hoe educatief?
De programma's zijn bedoeld om leerstof van de basisschool te oefenen of te automatiseren met veel aandacht voor goede oplosstrategieën.
De programma’s zijn zoveel mogelijk volledig muisgestuurd en als er via het toetsenbord gewerkt moet worden om iets in te tikken, kunnen de muishandelingen ook via het toetsenbord uitgevoerd worden, bijvoorbeeld de verbeterknop activeren.
De programma’s kunnen zelfstandig uitgevoerd worden door iedereen die een beetje muiservaring heeft.
Het programma laat weten wanneer het volgende menuonderwerp mag aangeklikt worden.
Bij te zwakke prestatie spoort het programma aan om de oefenreeks over te doen.
Er wordt gestreefd naar het beheersingsniveau, zodat meestal een score van 30 op 34 of van 40 op 44 als zwak geldt.
Resultaten worden bewaard in een databank, en kunnen in elk programma via Rapport in het menu Info bekeken worden. Ook via het leerkrachtgedeelte is er toegang tot de databank.
Bij foutieve antwoorden wordt - als dat zinvol is - feedback of terugkoppeling geboden via een hulpknop of via berichtenvensters met het juiste antwoord en/of met de juiste strategie.
De volgende oefening kan pas gemaakt worden na verbetering van de fouten.
Elke gebruiker behaalt het maximum van de punten, met evenwel aanduiding van het aantal fouten of pogingen, bijvoorbeeld 30 op 34 betekent alle 30 oefeningen opgelost met 4 verbeteringen.
Het programma "dialogeert" met de gebruiker, die zijn/haar naam bij het begin van een sessie moet invoeren. Die naam zal bij elke opdracht, elk schouderklopje of elke aansporing onderaan de oefening of rechts ervan verschijnen, zodat de kinderen zich persoonlijk aangesproken voelen. Let wel dat de sessie onderbroken wordt door op STOPPEN te klikken. In dat geval moet de naam opnieuw ingevoerd worden, ook als men met hetzelfde programma een nieuwe sessie wil beginnen.
Hoe hoger het menunummer, hoe moeilijker : gradatie naar moeilijkheid.
Ook binnen een oefenreeks kan er gradatie in moeilijkheid zijn, bijvoorbeeld bij visueel en auditief dictee
Vooral bij wiskunde wordt eenzelfde bewerking op meerdere manieren voorgesteld.
De software besteedt veel aandacht aan eigenschappen, relaties en een goede strategie. Bij eigenschappen kunnen we bijvoorbeeld denken aan werkwoorden met en zonder klankverandering of aan woorden die eindigen op d of t en aan hun samenstellingen. Bij vervoeging is er de relatie tussen onderwerp en persoonsvorm en die tussen persoonsvorm en tijd. Een goede spellingstrategie is o.m. het verlengen van woorden bij een t-klank op het einde van een woord, tenminste als dat geen persoonsvorm is, of het systematisch stellen van de JA-NEE-VRAAG bij zinsontleding om zo de persoonsvorm op het spoor te komen. Dat de persoonsvorm in dat soort vragen vooraan staat, kunnen we als een eigenschap beschouwen van dat soort zinnen. Bij wiskunde is er bijvoorbeeld de relatie tussen optelling en aftrekking en die tussen de maal- en de deeltafels.
Constante evaluatie met "persoonlijke" schouderklopjes of de vraag de fout te verbeteren met eventueel onmiddellijke hulp of hulp op aanvraag via een hulpknop.
Elke oefenreeks eindigt met een eindevaluatie, waarbij schermvullend een tekening en een tekst verschijnen, met meestal vijf voorziene niveau's :
0 fouten: juichend kind met de tekst: "Alles juist ! Bravo, N ! Kies nu in het menu nummer 2."
1 fout: juichend kind met de tekst: "Maar één fout! Flink zo, N ! Kies nu in het menu nummer 2."
2 fouten: fier kind met de tekst: "Twee fouten. Goed gewerkt, N ! Kies nu in het menu nr. 2."
3 fouten: fier kind met de tekst: "Drie fouten. Toch goed gewerkt, N ! Kies nu in het menu nr. 2."
4 fouten of meer: sip kijkend kind met de tekst: "Te veel fouten ! Goed nadenken, N ! Kies nu in het menu opnieuw nummer 1."