Broeders van O.-L.-V. Van Barmhartigheid

In 1838 zocht Scheppers financiële steun voor de oprichting van een instituut dat zich zou inlaten met o.a. de ziekendienst in de burgerlijke en de militaire gevangenissen en in de gasthuizen. 

Gevangenisapostolaat 

Met de steun van vooral Edouard Ducpétiaux werkten de broeders in de gevangenissen. Ze werden niet alleen ingezet voor de ziekenverpleging, maar ook voor de bewaking en ontvingen daarvoor van de overheid een bezoldiging.

De broeders zagen hun werk echter niet als een profane taak, maar als een apostolaatopdracht. In de gevangenis trachtten zij de gevangenen met respect en barmhartigheid te bejegenen en namen zij elke kans te baat om hen door gebedsoefeningen, religieuze rituelen en retraites te bekeren of hun religiositeit te versterken.

Broeders in verbeteringshuizen en gevan-genissen

Gevangenis in Gent

In 1841 vertrokken drie broeders naar de gevangenis in Vilvoorde; in 1843 gingen er vijf naar de militaire gevangenis in Aalst en vijf naar de Gentse gevangenis.

In 1844 vonden tien broeders een actieterrein in een verbeteringstehuis in Saint-Hubert en in een bijhuis in Namen. Daar gaven zij onderricht, hielpen de jongens bij hun beroepsopleiding en zorgden voor permanent toezicht en begeleiding.

Daarmee waren zij toonaangevend in een nieuwe visie op de bestraffing en de handelingsbekwaamheid van jonge delinquenten. Zij vertrouwden erop - mee geïnspireerd door hun geloof in de barmhartige God - dat niet repressie, maar preventie en heropvoeding de misdadigheid zouden verminderen.

Ducpétiaux en zijn hervormingsplannen

Ed. Ducpétiaux, inspecteur-generaal van de gevangenissen

Om zich te vergewissen van de bekwaamheid van de broeders kwam Ducpétiaux in 1846 zelf naar Mechelen. Broeder  Vincentius   schreef  in  een  brief  van  14  februari  1846 aan de broeders te Vilvoorde:  "Den voorgaenden maendag heeft Mr. Ducpétiaux in het klooster geweest en alle de Broeders hebben voor hem moeten lezen, schrijven en cijfferen in het Fransch en Vlaemsch.

Het schijnt dat dit voor het exaem zal passeren. Op die manier zoude het gemakkelijker zijn, en dan zoude de schoolmeesters daar niet tusschen loopen. Wij moeten het wederom afwagten, want met het Gouvernement werken is met vossen om gaen, gelijk gij wel weet..."

Wilde Ducpétiaux in zijn hervormingsplannen voor het gevangeniswezen de broeders een plaats geven, dan zagen ambtenaren en politici die het katholicisme minder genegen waren de broeders als indringers in taken die de overheid zelf moest uitoefenen.

Weggezonden

Op het einde van de jaren 1840 bekritiseerden zij de religieuze ijver en de gebrekkige kennis van het Frans van de broeders. Naarmate de invloed van de liberale bewindslui toenam, waren de broeders in de overheidsinstellingen steeds minder gewenst.

Zij werden geweerd of weggezonden. Achtereenvolgens werden hun diensten overbodig bevonden in Aalst (1859), Vilvoorde (1862) en Gent (1869). In de verbeteringstehuizen van Saint-Hubert en Namen bleven zij tot 1878 het onderwijs, de vakopleiding en de bewaking verzorgen.

Bij het aantreden van het radicaalliberale kabinet Frère-Orban-Van Humbéeck (1878-1884), dat het openbare onderwijs een neutraal karakter wou geven en de invloed van de Kerk in het openbare leven bestreed, moesten de broeders ook in die verbeteringstehuizen hun activiteiten staken.

Bron : SCHEPPERS, ONZE SCHOOL door An Hermans en gedrukt in 2002